Historie

Korte terugblik op meer dan 55 jaar OZC

Ajax

Lang voordat overgegaan werd tot de oprichting van O.Z.C. had men het voetbalspelletje al ontdekt in Ommen. Sinds 1921 probeerde O.V.C. (later v.v. Ommen) de bal in het doel te schoppen. Dat gebeurde weliswaar op zondag, maar ook op zaterdag werd voor 1959 al tegen een voetbal getrapt. Aan ambitie heeft het nooit gelegen, als we tenminste op de naamgeving afgaan. In 1934 werd namelijk onder de naam “Ajax” wedstrijden afgewerkt.

Ajax met keeper Gerrit Schuurman (pannenfabriekje)

Thuisbasis voor deze vereniging, die speelde in de afdeling Twenthe, was de befaamde Paardeweide in het Laarbos, waar ook O.Z.C. tot en met 1968 de wedstrijden speelde. Ajax overleefde de Tweede Wereldoorlog niet. Na afloop van de oorlog werden geen pogingen ondernomen de vereniging weer op poten te zetten.

C.S.O.

In 1949 kwamen de sportliefhebbers weer bij elkaar. Na veel overleg kwam men op de weinig creatieve, maar veelzeggende naam C.S.O. (Christelijke Sportclub Ommen). Toch was men niet zo eensgezind als de naam doet vermoeden, want er werd zowel een korfbal- als een voetbalafdeling opgericht. Vooral door toedoen van de in 1983 overleden gereformeerde predikant K.J. Schaafsma werd het geen algemene maar een christelijke vereniging.

Van v.v. Vilsteren kreeg men toestemming het veld te mogen gebruiken. Vervolgens oefende men achter de Chr. School in Witharen om tenslotte te belanden op een terrein achter hotel Stegeman dat voor fl. 300,- gehuurd werd. Men moest wel wijken voor feestelijkheden en fokveedagen..... Volgens Henk Steen (bestuurslid van het eerste uur, red.) had deze vereniging onbedoelde voordelen: “Als ze bij korfbal tekort kwamen, deed ik daar gewoon mee..”.

De heren H. Stolmeyer en J. van Aperlo schreven op 11 mei 1950 een brief aan het gemeentebestuur met het verzoek een gemeentelijk sportpark aan te leggen voor de Ommer jeugd en voor Ommen als recreatie-oord. In 1954 wilde het gemeentebestuur een terrein aankopen van 10 ha. groot achter het openluchtzwembad “Olde Vechte”. De prijs van de grond was 57 1/2 cent per m2, wat neerkomt op een bedrag van fl. 57.500,- Gedeputeerde Staten wees dit plan echter af, omdat men vond dat de opzet te royaal was. Zowel de sportverenigingen als de gemeenteraad waren teleurgesteld. Het zou twintig jaar duren voordat een soortgelijk plan verwezenlijkt kon worden.

De zeven seizoenen die C.S.O. meedraaide waren aanvankelijk niet erg succesvol. Gezien het aantal tegendoelpunten dat men incasseerde en het feit dat men in deze jaren vooral meestreed om de laatste plaatsen tegen tweede elftallen. C.S.O. was vaak het enige standaardelftal dat in de 2e klasse B werd ingedeeld. Maar met krap twintig leden was het ook een hele toer een redelijk elftal op de been te brengen.


C.S.O in 1952

 

Toch lukte het om in het seizoen 1955-’56 verrassend te promoveren en pal daarop even verrassend weer te degraderen. In het jaar daarna, 1957, bleek dat een vereniging kan vallen of staan met een man. Henk Steen was C.S.O. Dat bleek in een uitwedstijd tegen Bergentheim-2. Steen, die op alle plaatsen in het elftal speelde, brak in april 1957 een been in die wedstrijd tussen de nummers 1 en 2 uit de 2e klasse D. Dat betekende het einde van diens actieve voetbalcarriere, en tevens het einde van C.S.O. De vereniging verdween; de romantiek verscheen, want wat bleef waren de verhalen over het illustere elftal dat uitwedstrijden standaard op de fiets bezocht en alleen voor verre uitwedstrijden in de open zandauto van Schuurman vervoerd werd, waarna het elftal na een wasbeurt in de sloot weer huiswaarts toog.

Van Paardewei tot Haarsweg.

Op 22 april 1959 vond de oprichtingsvergadering van een nieuwe zaterdagvoetbalvereniging plaats in cafe Stegeman aan de markt. Dit keer werd niet gekozen voor een christelijke vereniging, maar voor een algemene. Dat maakte het waarschijnlijk des te moelijker de handen op elkaar te krijgen, want er was toch al een voetbalvereniging in Ommen. Daarnaast lag de ondergang van C.S.O. nog vers in het geheugen. Desondanks laten de notulen van de oprichtingsvergadering ons weten:

“Notulen van de oprichtingsvergadering op woensdag 22 april 1959 des avonds 8 uur in Café Stegeman aan de Markt. De heer Ophoff opent namens het voorlopig comité de vergadering en heet allen welkom en, en vraagt wie eerst nog het woord wil. Hiervan maakt niemand gebruik. Hij verzoekt degene zie tegen de oprichting is, te gaan staan. Daar niemand tegen is, wordt de vereniging opgericht. Allereerst vindt dan de inschrijving der leden plaats, 16 leden waren aanwezig; er werden door enkele personen nog leden opgegeven, zodat er met 26 leden werd gestart.

Vervolgens werd over de naam der vereniging gesproken, met algemene stemmen werd overgegaan tot de naam “Sparta”. Er werd besloten gele shirts met zwarte V-hals te nemen. Daarna had de bestuursverkiezing plaats, allereerst een voorzitter. De eerste stemming bracht de heer Ophoff 8 stemmen en Schuurman 5, Steen 2 en Runhard 1. Daar geen der candidaten de meerderheid had, vond herstemming plaats, waarbij G. Schuurman met 9 stemmen werd gekozen. Bij de bestuursverkiezing werden de heren Ophoff, Frikken, Schuurman Azn. en ondergetekende gekozen. Besloten werd dat het bestuur voorlopig een elftal zal opstellen, totdat er een elftalcommissie aanwezig is. De contributie werd als volgt vastgesteld: leeftijd van 12 tot 16 jaar f0,25. Boven 16 jaar f0,35. De kleding zal het bestuur inkopen en moet door de leden in 4 maandelijkse termijnen afgelost worden. De heer Frikken werd tot materiaalbeheerder aangesteld.

Er werd ook over training gesproken, het bestuur is hier nog met iemand overdoende. Op zaterdag 2 mei worden de leden verzocht om 3 uur op het veld aanwezig te zijn. Bij de bespreking over donateursgelden werd besloten f2,50 als minimumbedrag aan te houden. Hiermede werd de ledenvergadering besloten. Na afloop werd nog een korte bestuursvergadering gehouden, waarbij de heer Schuurman zich gaarne als voorzitter ontheven zag, het bestuur verzocht de Heer Ophoff die functie zolang waar te nemen. Bij de verdeling der bestuursfunctie, werd de heer Frikken penningmeester en ondergetekende secretaris. Voor deze avond werd er een punt achter gezet.

Ondertekend:            J. Ophoff (waarnemend voorzitter)

                                   G.H. Steen (secretaris)”

Op woensdagavond 17 juni wordt de eerste training afgewerkt op het voor fl. 100,-  van de gemeente gehuurde terrein. Tactisch steekt het waarschijnlijk niet zo sterk in elkaar. Hoe is het anders te verklaren dat vanuit het bestuur het verzoek tot de spelers gericht wordt zich aan de opstelling te houden. Tevens wordt besloten dat de contributie voor jeugdleden fl. 0,25 zal bedragen en dat een evengrote bijdrage wordt verwacht voor het bezoeken van thuiswedstrijden. Ondanks de vreemd verlopen voorzittersverkiezingen tijdens de oprichtingsvergadering neemt de heer Ophof toch de voorzittershamer ter hand nadat de heer Schuurman heeft laten weten niet beschikbaar te zijn voor deze functie.

Vanaf de oprichting kende de nieuwe vereniging problemen met het speelveld. In de bestuursvergadering van 25 augustus wordt besloten om op 5 september niet te voetballen, maar het veld op te knappen. Ook toen stond zelfwerkzaamheid al hoog in het vaandel geschreven. Dit naar aanleiding van een brief van de K.N.V.B. met het verzoek het veld in een betere toestand te brengen, zodat het het predikaat voetbalveld ook werkelijk zou verdienen.

Ook met de trainer heeft men geen geluk. De heer Boterman uit Zwolle geeft er de brui aan en een bestuursafvaardiging besluit “de nieuwe MULO-leraar” te benaderen. De heer Jurjens zegt toe en wordt hartelijk binnengehaald, onder voorwaarde dat de leden op komen dagen tijdens de training en “strikt gehoorzamen”. Het bestuur neemt geen halve maatregelen; wie niet traint wordt niet opgesteld; wie wegblijft staat er drie weken naast. Dat dit geen halve maatregelen zijn blijkt wel uit het feit dat in de beginperiode een tijdlang niet getraind kan worden, omdat Jurjens de senioren weinig meer kan leren en de senioren waarschijnlijk ook weinig willen leren, want men bleef vaak weg van de training.

Uiteraard groeide het aantal junioren; niet in de laatste plaats omdat de heer Jurjens les gaf aan potentiele O.Z.C.-ers. Hij recruteerde de jeugdige voetballers onder zijn leerlingen. Dit leidde tot kampioenschappen voor de B- en C-junioren in het seizoen 1962-’63. Deze jongens zouden enkele jaren later zorgen voor een goed eerste elftal. Dan doet zich het probleem voor dat de naam “Sparta niet gehandhaafd kan blijven..” De volgende namen worden dan voorgesteld: Sparta ‘59, V.V.O (Voetbalvereniging Ommen), O.Z.C. en Hercules. Welke naam het uiteindelijk geworden is moge duidelijk zijn.

Naast het speelveld bezorgde ook de kleedaccommodatie, of beter gezegd het ontbreken ervan, het bestuur grijze haren. Kleedkamers waren er niet. De spelers moesten in de buitenlucht omkleden. Voor de tegenstander werd de berging voor het tuingereedschap ter beschikking gesteld. Dat moest uiteraard veranderen. Vandaar dat de renteloze lening van de gemeente Ommen aangewend werd om twee kleedkamers en een scheidsrechtersvertrek aan te leggen; water ontbrak, want voor toiletten en douches was geen geld. Ieder regelde zijn eigen waterhaler. Om te kunnen voetballen moest men trouwens wel wat voor de club en het spelletje over hebben; ieder moest voor de wedstrijd zelf zorgen voor netten (die overigens van een bedenkelijke kwaliteit waren), het kalken van de lijnen en alle andere werkzaamheden verrichten die voorafgaan aan een voetbalwedstrijd.

In december 1960 volgt Jurjens de heer Ophoff op als voorzitter. De training gaat naar de vrijdagavond en wie zonder kennisgeving afwezig is, krijgt een boete van fl. 1,- aan zijn voetbalbroek. Het helpt niets. Ook de volgende vergadering spreekt de voorzitter zijn zorgen uit over de trainingsopkomst. Tevens maakt hij zich zorgen over “geruchten dat enkele leden willen bedanken...” Niet voetballen is een dure hobby geworden.

Op de vergadering van 25 augustus 1961 komt voor het eerst het clubblad ter sprake. Men noemt mogelijke adverteerders, de vergadering wordt drie kwartier geschorst, om half tien heeft men twintig advertenties binnengehaald en is het clubblad een feit. Op 16 februari 1962 besluit het bestuur “in te schrijven voor de pupillen-competitie die door de K.N.V.B. is opgestart. De heren Moes en Altena stellen zich beschikbaar om des zaterdagmorgen om tien uur de jeugd op te vangen, om met hen de voetbalsport te beoefenen...” aldus de notulen.

Het was helemaal in de beginperiode. Ik kreeg een keer een schorsing van drie weken. Omdat ik iemand te hard had aangepakt. Nu voetbalde bij ons nog een Makkinga, maar die zat veel op zee en deed maar eens in de zoveel tijd met ons mee. Mijn schorsing is toen op zijn naam gezet en we hebben allebei geen wedstrijd hoeven missen. (Henk Makkinga).

Nog steeds is de opkomst wisselvallig. Men besluit dan ook dat men minimaal een jaar lid moet blijven. Tegelijkertijd besluit men behalve het bezoekende elftal twee bestuursleden en twee reserves vrije toegang te geven; je moet natuurlijk wel oppassen dat er geen misbruik van de gastvrijheid wordt gemaakt. Men is druk in de weer met de verlichting en de kleedkamers.

Vanaf 1963 groeit de vereniging in snel tempo. Op 15 januari 1964 heeft de vereniging 101 leden en in september 1965 al 150. Principiele vragen komen op het bordje van het bestuur. Kerkbladen en kerkenraden worden erbij ingeschakeld om aan donateurs te komen. Als gevolg daarvan vindt men het accepteren van totogelden niet goed. Hoewel iedereen zoveel mogelijk aanwezig moet zijn hoeven leden die niet op Goede Vrijdag of op een Pinksterdag willen voetbal niet mee te doen. Het bestuur moet behoedzaam manouvreren om niet op de klippen te lopen. Een grote vereniging kent echter ook grote problemen en die zijn soms door de tijd achterhaald en soms niet anders dan tegenwoordig. Vandaar aan de leiders om de deuren tijdens de wedstrijden af te sluiten in verband met diefstal.

Zo’n groeiende vereniging krijgt uiteraard ruimtegebrek. Men kon niet allemaal op een veld spelen. Op het gemeentehuis scheen men de problematiek niet helemaal te begrijpen. Wethouder Seinen, die overigens veel voor het zaterdagvoetbal gedaan heeft, kwam met dubieuze adviezen als: “Waarom laat je er niet gewoon 14 of 15 in een team spelen” en toen hij gevraagd werd naar nieuwe doelpalen “Hak dan toch een boom om in het Laarbos.” In 1965 werd Jurjens opgevolgd door R. Moes. O.Z.C. beschikte over 6 elftallen; 2 senioren en 3 junioren en 1 pupillenelftal.

 

Pupillen 1 (kampioen in) seizoen 1967-1968 V.l.n.r. Henk Hekman, Marinus Woertink, Roland van der Vinne,Jo Volkerink, Gerrit ter Wielen, Reint Warmelink, Jan Paarhuis, Peter van 't Hoff, Arie Schuurman (in de bus), Hans Stegeman, Henk van Elburg, Jurrien Zandbergen, Aart Schuurman en Bert Jansen (beide voor in de bus)

Op de plaats waar nu een ijsbaan is aangelegd werd voor O.Z.C. een tweede veld gepland. Er zaten weliswaar drie sloten in, maar geen zorg, die werden dichtgegooid met zwarte bouwaarde. Iemand die daar gevoetbald heeft, weet wat een “zwaar veld” inhoudt. De eerste maanden zakte je na een regenbui letterlijk tot aan de enkels in de modder.

Verhouding met O.V.C.

De verhouding O.V.C. - O.Z.C. was de eerste jaren na 1959 niet al te best. Logisch want men was elkaars concurrent geworden. Men probeerde elkaars spelers weleens te ronselen. Dat kwam de verhouding dan weer niet ten goede. Jurjens herinnerde zich: “We verloren in het begin een keer een wedstrijd van O.V.C. met 8-2. Habers van Ommen glunderde. Hij liep achter Henk Steen langs en zei: die jongens van O.Z.C. gingen erin als Gods Woord in een ouderling. Tja, wij waren hun concurrent. Een tijd later hadden wij een leuk elftal opgebouwd. We hadden iets van 100 doelpunten voor en 8 tegen. We wonnen van Ommen met 11-1. Henk Steen kon het niet laten even langs Habers te lopen. Hij zei zo hard dat Habers het kon verstaan: Ze gingen erin als Gods Woord in een ouderling.”

De manier waarop mensen uitgenodigd werden op de ledenvergadering van 7 januari 1966 zou tegenwoordig heel wat commentaar op leveren: “Het bestuur stelt de aanwezigheid op deze vergadering verplicht. Degenen die deze vergadering niet kan bijwonen dienst hiervan tijdig bericht te zenden aan de secretaris (schriftelijk).” Hetzelfde bestuur stelde vast dat het programma voor de uitgaansmiddag van de B- en C-jeugd zou bestaan uit het bezoek aan een speeltuin; ook daarvoor zou men nu de handen niet meer op elkaar krijgen. Vanaf 1960 hield OZC zich op in de derde klasse van de Afdeling Zwolle. Doordat uit de jeugd goede spelers kwamen en vooral ook door aanwas van buiten (Ambonezen van Kamp Laarbrug) vertoonden de prestaties dezelfde curve als het ledenaantal. Dit leidde ertoe dat het eerste in 1967 kampioen werd. In hetzelfde jaar laat de K.N.V.B. weten dat de maat vol is en dat het tweede terrein de naam “voetbalveld” niet waardig is. 

Vroeger voetbalden veel Ambonezen bij OZC. Eén van hen, Watratan, was eens allemachtig kwaad. B.S.A. zei tegen hem: “Vloek nou maar eens een keer, dan ben je het tenminste kwijt.” Hij keek mij aan en zei: “Ja maar dat kan niet, want morgen moet ik preken op ‘t kamp.” Watratan voetbalde niet alleen, maar preekte zo nu en dan ook ‘s zondags op hun kamp in Balkbrug.

Gelukkig  krijgt de club een ander terrein aan de Haarsweg. Omdat er ook kleedkamers bij horen, zorgt de gemeente voor een “uitneembaar kleedgebouw met een afmeting van 6,24x8,40"; hierin moesten twee kleedkamers ondergebracht worden. Niet iedereen was even blij met deze constructie; gezien de notulen uit 1967 “nood en nog eens nood”. Al snel bleek het geheel aan alle kanten uit te puilen, hoewel de minimumleeftijd voor de pupillen nog steeds op 9 jaar wordt gesteld. Onder het bewind van de heer Jurjens, die de heer Moes op had gevolgd als voorzitter, werd daarom gezocht naar uitbreiding van de accommodatie. Als noodvoorziening werd een houten noodgebouw uit Lemelerveld gehaald en op het terrein geplaatst om als clubhuis te dienen. Een derde veld en een oefenterreintje werden toegevoegd. Verlichting werd aangelegd, hoewel daar aanvankelijk nog aan getwijfeld werd gezien de hoge kosten die dit met zich meebracht, nl. fl. 4,-- per uur. 

In 1972 neemt de heer Moes de voorzittershamer weer over van de heer Jurjens, welke laatste het ere-lidmaatschap van de vereniging wordt aangeboden. O.Z.C. telt 340 leden en 21 elftallen worden ingeschreven, waaronder vier A-teams en een dameselftal.


Dames 1 aan de Haarsweg met keepster Ina Makkinga en leider Nolles

Samen met vv Ommen en de gemeente wordt nagedacht over een nieuw sportpark. Een poging om van beide verenigingen één te maken, loopt op niets uit. Ook een gezamenlijke kantine, dan wel een gemeentelijke kantine blijkt geen reële optie. Er wordt een vergunning aangevraagd voor een verloting (sommige zaken veranderen nooit) van 3000 loten a fl. 1,--. (er zijn ook zaken die in de loop der tijden wel veranderen). Het eerste team wordt kampioen (1973) in de eerste klasse A en café Weertman wordt weer afgehuurd.


OZC 1 ca. 1973

 

De zaken worden nu meteen serieus aangepakt; van masseur tot trainingspak voor de grensrechter worden geregeld evenals de nieuwe structuur van het bestuur. Wel wordt “welpenvoetbal” (6-7 jarigen) nog door het bestuur afgewezen. Het 15-jarig bestaan wordt niet herdacht o.a. vanwege de hoge kosten die de nieuwe accommodatie met zich meebrengt. Wel wordt naarstig gezocht naar dames die een bestuursfunctie op zich willen nemen. Daarnaast wordt een “ouderavond” georganiseerd voor ouders van jeugdleden. Het plan om een geluidswagen de thuiswedstrijden aan te laten kondigen haalt het net niet. De nieuwe Arena bezorgt het bestuur kopzorgen; de grasmat is niet optimaal (slecht). De contacten met Spanje worden aangehaald; besloten wordt voor de jeugd een sinterklaasfeest te organiseren en er wordt afscheid genomen van de plastic ballen.

In een extra bestuursvergadering van 24 oktober 1974 wordt meegedeeld dat B&W heeft beslist dat de kantine buiten het sportpark moet worden gepositioneerd. Men tekent bezwaar aan bij de Gemeenteraad, met name tegen het idee dat een sportkantine een verkapte horecagelegenheid zou worden. Het idee zeg! De gemoederen lopen hoog op; een stemadvies blijft nog net achterwege, maar wanneer v.v. Ommen overstag gaat, is bouw op het complex geen haalbare kaart meer. Uiteindelijk werd 1975 het jaar van de vernieuwing. Na zeven jaar Haarsweg ging O.Z.C. verhuizen naar De Rotbrink. Wat een luxe; velden in overvloed, kleedkamers voldoende en zelfs warme en koude douches die voldoende water genereerden; je kan het je haast niet voorstellen! Drie van de acht velden konden nog niet onmiddellijk gebruikt worden.

De vergaderingen konden in het vervolg gehouden worden in het eigen clubhuis; hetgeen voor de plaatselijke horeca een flinke aderlating moet zijn geweest. Het clubgebouw, dat ontworpen was door O.Z.C.-lid Compagne kwam tot stand met behulp van een werklozen-project, waardoor het gebouw voor 75% gesubsidieerd werd. De overige 25% werd door de Rabobank onder gunstige voorwaarden verstrekt. Heineken wint de strijd van Grolsch en de bar wordt in eigen beheer gebouwd, waarbij een deel van de bar verlaagd wordt “om de jeugd te bedienen”; ook hier werd dus serieus aandacht besteed aan de jeugdopleiding. Terwijl de tafeltennisvereniging verwoede pogingen doet samen te gaan met O.Z.C., beginnen de notulen van 14 augustus 1975  met “Dit is een historisch moment. Voor de eerste keer vergaderen wij in de bestuurskamer van het nieuwe clubhuis.” In een volgende vergadering wordt het hoofd geboden over een nieuw probleem dat tot op heden steeds weer de kop opsteekt; hoe het clubhuis te runnen?

Een ander blijvend probleem was hoe je de ruimte een beetje gezelligheid mee moest geven, vandaar de steeds weerkerende oproepen aan de leden te helpen met de aankleding van het interieur: “Maak er wat van”, riep de voorzitter zijn leden op. Dit alles neemt niet weg dat de opening van het nieuwe onderkomen op 21 november 1975 plaatsvindt. De eer wordt gegund aan de wethouder van sportzaken van de gemeente Ommen, mevrouw Vosjan. Ook burgemeester Knoppers gaf acte de presence. Als cadeau bood ze namens de gemeente (je raadt het nooit) een voetbal aan. Namens de K.N.V.B. werd (je raadt het wederom nooit) een Zaanse klok aangeboden, die enkele jaren later overigens gestolen werd; wat er met de bal gebeurd is heb ik niet kunnen achterhalen.

De naam van het nieuwe clubhuis zou luiden “DE TREFFER”. Iedereen had zijn voorstellen in kunnen dienen; wie had kunnen voorzien dat deze naam bedacht was door .....de voorzitter, de heer Moes himself. Men breekt zich het hoofd over waar men met de opbrengst van de kantinegelden naar toe moet. Besloten wordt om de medewerkers van de vereniging in elk geval de koffie gratis te gunnen. Na de tafeltennisvereniging heeft ook de motorclub het oog op het clubhuis laten vallen. Het bestuur is niet enthousiast. Wel is men nu enthousiast over het toelaten van jongens vanaf zeven jaar als lid van de vereniging.

Het clubblad krijgt na zeventien jaar een naam (“Het Trefblad”) en de heer Moes wordt opgevolgd door de heer Robberse.die geen waarde hechtte aan “jezelf in de schijnwerpers zetten, zowel in de vereniging als daarbuiten”, maar hij koos voor het voorzitterschap om “de gebondenheid aan de sport en aan onze vereniging in het bijzonder. De uitdaging het geheel organisatorisch goed te laten verlopen.” Hij was, bleef (en is) de Robberse die na afloop van een wedstrijd graag een biertje dronk met “de jongens van het negende”, zoals hij destijds reageerde op de vraag hoe hij als voorzitter zou functioneren.


Ere-voorziiter Robberse, hier als leider van "zijn OZC 9". Met verder onder meer BSA, Johan Willemsen, Henk Kamphuis, Sander Stegeman, Jan Boshuizen, Albert Zweers.

 

In 1977 worden ook pupillen vanaf 6 jaar toegelaten. De voorzitter wordt niet vrolijk van het aantal strafzaken en maant zijn leden dan ook tot rust en kalmte. Misschien dat hierom toestemming wordt verleend om een elftal op te richten dat uitsluitend bestaat uit politie-agenten uit de regio. Waar het aan ligt blijft gissen, maar ze worden wel onmiddellijk kampioen. O.Z.C. wint op Koninginnedag de “hordenloopbeker”, maar v.v. Ommen wordt kampioen .... en de B-junioren mogen (daarom?) geen bier meer kopen in de kantine. De gevolgen zijn direct te merken, want de begroting voor ‘77-’78 geeft een verlies aan; de contributie wordt “drastisch” verhoogd, de prijs van een glas bier blijft echter onveranderd  (fl. 1,--) en er worden 52 reclameborden besteld. De heer Merjenburgh is 12 ½ jaar secretaris van de club in juli 1977 en wordt door de voorzitter bij de seizoenstart in het zonnetje gezet en geheel in O.Z.C.-traditie voegt hij er aan toe “geen prestaties om de prestaties”  na te streven, maar “evenwicht te zoeken tussen een goede sfeer en prestaties” en ook de A-junioren krijgen een beperkt (na 21.30 uur) bier-verbod. Tevens wordt kaarten om geld in het clubhuis verboden en “de heer Exel zal worden gevraagd omtrent stank in hal en toiletten...” alsof hij er iets aan kon doen.

Ook breekt men het hoofd over een lotto-formulier dat in het clubhuis is achtergelaten en waarop een prijs van fl. 25,60 is gevallen. De bouw van het kaartverkoophokje bij de ingang wordt aanbesteed. Tevens wordt een geluidsinstallatie aangelegd.  (Of het voorgenoemde bedrag daarvoor aangewend is, is niet bekend). In het clubblad verschijnt een artikel met enkele “anti-Sallandse denkbeelden”, waarbij ook buurverenigingen niet gespaard worden. Het bestuur ontvangt boze reacties.  Dit leidt tot een waarschuwing aan het adres van de redactie met het verzoek attent te zijn op “storende stukken.” Er wordt een redactie-commissie in het leven geroepen om stukken vooraf te controleren. Bestuursleden worden verzocht geen bestuurszaken buiten de bestuurskamer te bespreken met leiders of aanverwante artikelen. Jeugdkampioenen krijgen vanaf 1978 een bord patat, een kroket en twee consumpties. Aan het begin van het nieuwe seizoen ‘78-’79 worden de heren Boeve, Merjenburgh en Seinen benoemd tot officieel lawaaischopper; zij zijn de enigen die de geluidsinstallatie mogen beroeren. Er worden 25 elftallen ingeschreven die worden opgeroepen op tijd in te zien wanneer een tegenstander sterker is en nooit kritiek te leveren op de scheidsrechter. Beter is het ook de trainer niet te tutoyeren...

Na een vrij pittige training, besloot de trainer de selectie te ‘tracteren’ op een partijtje. Traditiegetrouw speelden de ‘roden’ tegen de ‘donkeren’; voornoemde benamingen zijn ontleend aan de kleur van de trainingspakken, welke de spelers dragen op de training. Het was een partijtje zoals er zoveel gespeeld worden. De trainer deel uitmakend van de rode formatie had op een gegeven moment de bal in zijn bezit gekregen middels een pass van een achterhoedespeler, zoals dat meestal gebeurt bij het opbouwen van een aanval. Gerrit Blikman, meestal als spits opererend, maar bij deze gelegenheid volijverig op het middenveld, probeerde de aanval een gunstig verloop te geven, door op nogal markante wijze kenbaar te maken, dat hij wenste aangespeeld te worden. Met de strijdkreet ‘geef Dick’ trok hij de aandacht van de in balbezit zijnde trainer. De trainer reageerde hierop nogal pinnig door te zeggen: ‘Wat zeg je daar?’ Blikman herhaalde hierop onschuldig het door hem gezegde, waarop de trainer vervolgde met de woorden: ‘Ken je me ergens van? Heb ik soms bij jou op school gezeten?’ De informatie van de redaktie reikt niet voldoende om te weten of dit inderdaad het geval zou kunnen zijn geweest, maar wenst er wel de aandacht op te vestigen dat niet alle mensen, die bij de vereniging betrokken zijn, er op gesteld zijn met hun voornaam genoemd te worden. (Trefblad nov.78)

De gemeente bericht dat er een hockeyveld wordt aangelegd en met v.v. Ommen wordt gepraat over het handhaven van de sluitingstijden van de kantine. De gemeente Ommen wil niet meer opdraaien voor de (duizenden guldens) stroomkosten. De B- en C-junioren nemen deel aan een jeugdsportkamp in Hoek van Holland en “mister O.Z.C.” , Henk Steen wordt in het zonnetje gezet omdat hij al 30 jaar een dragende kracht is binnen het Ommer voetbalwereldje, ...als speler, bestuurslid, elftalleider, scheidsrechter, grensrechter, netophanger, lijnenkalker, scout....Hij heeft de vereniging van de “Paardeweide” via de Strangen naar de Rotbrink begeleid... een groot voorbeeld voor anderen die het allemaal zo gewoon vinden dat iemand zijn vrije tijd besteed aan het laten voetballen van jong en oud...” Dit was uiteraard een ere-lidmaatschap waard.

Voorzitter Robberse neemt in mei 1979 stelling tegen uitlatingen van de voorzitter van de K.N.V.B. Afdeling Zwolle, de heer Faber, die meent dat betalingen tot fl. 6000,-- gereglementeerd moeten worden ....Betaling in de amateurwereld moet verboden blijven...Ik ben er stellig van overtuigd, dat als er spelers bij O.Z.C. zullen worden betaald, het huidige bestuur van de ene op de andere dag zal aftreden...Contributie betalen voor betaald krijgende spelers zal veel kwaad doen bij de overige leden... O.Z.C. handhaafde zich dat jaar maar net in de vierde klasse. Om zich te handhaven moet Hierden winnen van Prins Bernard. Vandaar dat Henk Boeve ‘s middags in Uddel als niet-objectieve toeschouwer langs de lijn staat de verrichtingen van beide Veluwse elftallen bekijkend.

“...De duidelijk met elke beslissing die in het voordeel van Hierden uitvalt, ingenomen Henk, wekt op een bepaald moment de irritatie van een Prins Bernard supporter. De gelijkmaker van Hierden valt vlak voor tijd, en het enthousiasme waarmee Henk Boeve hierop reageert, is de man uit Uddel net iets teveel geworden. Met de legendarische woorden:”Kom maar op dan”, neemt de man uit Uddel de bokshouding aan. De jas welke Henk alleszeggend quasi nonchalant over de arm draagt, wordt door de Prins Bernard supporter op de grond gekwakt en een ongelijk boksduel dreigt. Benevens het feit dat Henk wellicht iets meer verstand van voetbal heeft dan van boksen, is hij totaal overdonderd door de reactie van de man. De woorden: ”Zijn er moeilijkheden”, van mede O.Z.C.-supporter Van Olphen redden Henk uit zijn benarde positie. Hij weet de man uit Uddel ervan te overtuigen dat Henk Boeve de beminnelijkheid zelve is en dat hij nimmer de bedoeling kan hebben gehad zich de woede van iemand op de hals te halen....” (Trefblad juni 79).

Er wordt een sportraad ingesteld. De vijf voetbalverenigingen uit de gemeente Ommen mogen 2 afgevaardigden leveren. De heer Boeve van O.Z.C. is één van die twee. Er zijn plannen voor de uitgave van één kostenloos sportblad voor alle sportverenigingen onder de titel “Vrienden van Ommen”; het idee wordt naar de prullenmand verwezen, omdat men te zeer gehecht is aan het eigen clubblad. Na diverse afwijzingen in voorgaande jaren mag er nu een flipperkast in de kantine geplaatst worden en .....er zullen voetbalschoenveters verkocht worden. Zo! Bij de jeugd wordt een straftijd ingevoerd. Er is in de loop der jaren ongemerkt toch heel wat geëxperimenteerd om het spel aantrekkelijker te maken of in betere banen te leiden. Dat al die veranderingen van spelregels wel eens tot verwarring kunnen leiden mag duidelijk worden uit het volgende verhaal van Marinus Steen:

“Toen ik nog leider was kwam er een scheidsrechter uit Balkbrug voor de wedstrijd naar me toe en vroeg of ik nog wel eens floot, ik antwoordde: “Met die nieuwe regelgeving wordt het steeds moeilijker en ben ik ermee gestopt”. Waarop de scheids antwoordde: “Het wordt er inderdaad niet gemakkelijker op.” Tijdens de wedstrijd tegen Zuidwolde kregen wij voor obstructie een vrije trap binnen de zestien tegen. De scheids zei: “Negen meter van de bal.” Waarop ik tegen hem zei: “Nieuwe regel scheids, binnen de zestien is het zeven meter van de bal”. Waarop de scheids antwoordde: “Ach ja natuurlijk.” De speler van Zuidwolde knalde de bal keihard tegen de muur en zei: “Dat heb ik nog nooit meegemaakt.” De wedstrijd werd met 4-1 gewonnen en ik heb de scheids bedankt voor zijn perfecte optreden en hij zei tegen mij: “Jij ook nog bedankt.”

De verbouwing van de bar in 1980 noopt tot een extra bestuurvergadering. De betrokkenheid is groot en aan “deskundige” adviezen geen gebrek... Of het met de verbouwing te maken heeft gehad lijkt mij sterk, maar feit is dat onmiddellijk na de verbouwing van bar en keuken het grote gezeur begint. Het kan ook de tijdgeest zijn. Het begint met de koffie. Die smaakt plotseling niet meer. Het Fysiotherapeutisch Centrum zal een sportspreekuur instellen. Kosten die niet gedeclareerd kunnen worden komen voor rekening van de vereniging. Het spreekuur wordt een succes; er zijn veel blessures bij O.Z.C.....Men mag voor rekening van de vereniging vrijelijk over de blessures komen zeuren.

Na de koffie wordt over het drankgebruik in het algemeen en van de jeugd in het bijzonder gezeurd. Naar aanleiding van het drankgebruik wordt opgemerkt:..het drankgebruik van de senioren ten voorbeeld stellen van de jeugd....” Of dat nu een goede ingeving is geweest valt achteraf te betwijfelen. Een jaar later komt namelijk een klacht binnen omtrent biergebruik van een lager elftal voor aanvang van de wedstrijd. Zo’n voorbeeld kan nooit de bedoeling zijn geweest, toch?

Voor het eerst krijgt de vereniging te maken met een Zwolse vereniging die jeugdleden ronselt bij OZC. Daar kun je natuurlijk lang en breed over zeuren. Er wordt een masseur aangesteld en met “Veldzicht” te Balkbrug worden afspraken gemaakt omtrent een experimenteel lidmaatschap van een gedetineerde. Misschien wilde men een afschrikkend voorbeeld binnen halen voor alle zeurende leden. Wie zal het zeggen. Om van het gezeur af te zijn dat men geen trainers kan krijgen wordt afgesproken mensen op te leiden via trainerscursus van de K.N.V.B. met de bepaling daarna enkele jaren bij O.Z.C. te blijven, om op die manier de jeugdopleidingen te verbeteren. Men besluit meer het accent te leggen op techniek.

Vernieuwingen blijven voor gezeur zorgen. Na problemen met de koffie zijn het in 1981 de nieuwe shirts die voor problemen zorgen; ze krimpen en de rugnummers laten los. Na het gezeur over koffie en drank kon het natuurlijk niet uitblijven dat er ook met betrekking tot het roken een duit in het zeurzakje werd gedaan. Met ingang van 1982 “zal getracht worden het roken in de kleedkamers te verbieden..” en medewerkers van O.Z.C. hoeven geen contributie meer te betalen. Ze krijgen een sigaar (uit eigen doos) aangeboden. Na de problemen met de koffie en de shirtjes, de trainers en het roken en het drankgebruik, was er in 1982 een probleem met de kwaliteit van het bier; het zou te lauw zijn... Heineken belooft het hoofd en de tap koel te houden. Het zal de tijd zijn geweest.... Begin 1983 meldt de eerste shirtsponsor zich; via de supersnelle linksbuiten van het tiende elftal (Albert Visscher, red.) krijgt O.B.M. de primeur. Nu de sponsoring zijn intrede doet moet de rem er even op, want er zijn leiders en spelers die zich nu bij een B.V.O. wanen...., maar een blik op de prestaties (lees degradaties) in de afgelopen seizoenen zet de O.Z.C.-ers weer met beide benen op de grond.

Het gravelveld doet veel stof opwaaien; men wil er van af, voetballen doe je immers het beste op gras en tennissen op gravel. Maar daar is niet iedereen zomaar van overtuigd, vooral de mensen die zelf niets met voetballen uit te staan hebben, vinden zo’n gravelveld toch maar ideaal... Het seizoen ‘83-’84 begint rumoerig. Dick Cornelissen doet aangifte van een gestolen fiets die niet helemaal zo erg gestolen bleek te zijn....

Dick Cornelissen was met Gert Pieltjes en Dik Dunnewind naar een verjaardag geweest. De laatste Dik bracht de eerste twee naar afloop terug naar het sportpark, waar hun fietsen stonden. Daar aangekomen moest Dick C. constateren: “M’n fiets is weg, hij is gestolen.” Gelukkig had Dick een sleutel van de kantine. Gauw Zwolle opgebeld om aangifte te doen. Hevig in de piepzak natuurlijk. Tot Dick er in een keer achter kwam: “Verrek, ik ben helemaal niet op de fiets, Alberta heeft mij gebracht met de auto.” Als de wind reden Gert (met de fiets) en Dick en Dik (met de auto) er vandoor. Thuis aangekomen belde Dick opnieuw naar Zwolle: “Mijn fiets is terecht, hij lag in de struiken.” Zo’n Dick toch....(Trefblad sep. ‘83).

De hele vereniging is druk in de weer met het 25-jarig bestaan; een verloting, een grote receptie op vrijdag 27 april, feestavond, diverse toernooien en een wedstrijd van O.Z.C.-1 tegen oud-internationals als Gerards (die ja..), Van Nee, Drost, Van der Vall, Zuidema, Koeman, Achterberg, de Vries, Swart, Van Duivenbode, Geels, Rensenbrink, Wery en Hovenkamp moeten het jubileum opluisteren. Uiteraard hoort bij zo’n jubileum een aantal wijze woorden gesproken te worden. De voorzitter, Robberse, sprak profetische woorden: “....Ik waag mij niet aan de vraag hoe het financieel zal gaan in de toekomst,... wel moeten we ons realiseren dat de financiën eerder minder dan meer zullen worden en toch mag de kwaliteit en de kwantiteit niet achteruitgaan.We zullen te maken krijgen met meer arbeidstijdverkorting. De sportorganisaties zullen beschikbaar moeten zijn om die vrije tijd zinvol te vullen. De accommodaties zullen wellicht uitgebreid moeten worden, evenals het aantal medewerkers...” Ook de toenmalige wethouder, mevrouw Vosjan sprak wijze woorden toen ze over het sportpark zei: “.....de gemeente kan terugzien op een terechte inverstering voor de aanleg van zo’n sportpark...”

Ondertussen overweegt het bestuur serieus bewaking in de vorm van een waakhond in de kantine te huisvesten omdat het aantal inbraken de spuigaten uitloopt. Of die waakhond er is gekomen weet ik niet, maar wel wordt met ingang van het seizoen ‘84-’85 een verzorger aangesteld in de persoon van de heer Gaasbeek. Het clubblad, onder de bezielende leiding van de heer Schoppink, komt steeds meer in de belangstelling te staan en  krijgt een ander jasje dat door drukkerij Elpé verzorgd wordt. Of het nu door het felle gele omslagkleurtje komt of door de scherpe pen van de redactie is de vraag, maar feit blijft dat er wel over gepraat wordt.

Er zijn er die ook vinden dat het eerste team een ander jasje behoeft; de jacks worden bij een volgende inbraak gestolen. Na het kampioenschap in het jubileumjaar heeft men de smaak te pakken. Graag wil men terug naar “de grote K.N.V.B.”. De jeugdopleiding werpt zijn vruchten af, is de conclusie van het bestuur. Helaas mist O.Z.C.-1 het kampioenschap ternauwernood. Wat ze niet missen is het gravelveld, dat eindelijk vervangen wordt door een oefenveld, hoewel men er aanvankelijk aan twijfelt of men niet per ongeluk een oefenbad had aangelgd, zoveel water blijft er op staan. En ook de verbouwing van de kantine mag eindelijk doorgaan.

Nu dit voor elkaar is, wordt er voor het eerst serieus nagedacht of het mogelijk is een tribune te bouwen. De ruilbeurs wordt dit jaar voor het eerst georganiseerd en wordt een succes. De handen moeten toch uit de mouwen gestoken worden, want de gemeente wil dat O.Z.C. m.i.v. 1986 meer zelfwerkzaamheid aan de dag legt; de belijning en het schoonhouden van de kleedkamers vallen hier bv. onder. De sportverenigingen vinden dit vooralsnog “...onbetaalbaar, onbespreekbaar en onaanvaardbaar, maar zijn wel bereid mee te denken en mee te praten....” Men wil er dus absoluut niets van weten, maar er wel over meepraten. Soms lijkt het bestuur aan politiek te doen, of zoals de redactie schreef: “...het is absoluut ontoelaatbaar, maar we hebben een formule ontdekt waardoor het toch mag...”. De flipperautomaten zijn een doorn in het oog. Voor 12.00 uur openstellen zorgt voor overlast, na dat tijdstip openstellen levert niets op, daar de jeugd zijn heil zoekt bij de buren. Gekozen wordt vooralsnog voor de overlast...Dat moet ook wel, aangezien een belastingcontrole in het begin van 1986 ook voor overlast zorgt, een overlast van enkele duizenden guldens naheffing wel te verstaan. Lastig blijft het ook om uit de Afdeling te promoveren; het eerste wordt voor de tweede achtereenvolgende keer tweede.

Daartegenover neemt E. Weteringe een last weg door toe te zeggen dat hij de vlaggenstok bij het eerste elftal zal hanteren. Dat stokje zal hij voorlopig niet meer uit handen geven. In mei 1986 wordt voor de eerste keer het Zwaluwentoernooi (waarvan de opbrengst ten bate komt van gehandicapte jeugdige sporters) georganiseerd door O.Z.C. Het is duidelijk dat dit voor herhaling vatbaar was. Robberse kondigt in een interview met de redactie zijn afscheid aan, maar pas wanneer het eerste team promoveert naar de vierde klasse. De heer Boeve zal dan aantreden als zijn opvolger. Hoofdsponsor O.B.M. keert niet terug als sponsor. De nieuwe sponsor, Huysmans Autoschade, heeft reclame op voor en achterzijde van de shirts, hetgeen afwijkt van de regels. Pas de derde zending shirts voldoet aan de K.N.V.B.-regels. Ook inbrekers bleven afwijken van de regels. Begin 1987 werd zelfs de fooienpot meegenomen. Er werd een inzamelingsactie op touw gezet die ongeveer het vijftigvoudige opleverde. De barmedewerkers waren vanaf die tijd hoofdverdachte.

Op 30 juli wordt FC Den Bosch met Hans Gilhaus naar Ommen gehaald om tegen O.Z.C.-1 het seizoen af te sluiten. Men promoveert (weer) niet, maar O.Z.C. verovert wel de afdelingsbeker door met 6-1 in Veessen te winnen, o.a. door vier doelpunten van Gerrit Veurink. De selectiespelers willen Robberse nog graag een jaar als voorzitter houden, want het eerste wordt voor de derde keer tweede; op het hoogste niveau toereikend voor de Champions League, nu amper voldoende om de voorzitter nog een jaar aan de vereniging te binden.

In augustus ‘87 verschijnt in de Zwolsche Courant een negatief verhaal van de gemeente over de zelfwerkzaamheid van de verenigingen. Het concept-rapport rondom de privatisering roept veel vraagtekens op. Waar haal je de energie (en de energie-kosten) vandaan om als vereniging alles zelf te onderhouden? Hoe zwaar mag/kun je de (jeugd)leden belasten? Begin januari 1988 wordt het idee gelanceerd om met v.v. Ommen en O.Z.C. gezamenlijk één meisjesteam in te schrijven; wel onder O.Z.C.-vlag. Dit loopt (wederom) op niets uit.

Soms is een verre vriend toch effectiever dan een goede buur. Jan Maat neemt het initiatief om de tribune daadwerkelijk uit/op de grond te stampen. In april wordt er samen met v.v. Ommen een tribunecommissie gevormd. Boeve en Visscher vangen signalen op dat er misschien een supportersvereniging tot stand zou kunnen komen. Het zal een langgekoesterde wens blijven. In juni wordt het besluit genomen op een tweede punt in de kantine koffie te schenken bij thuiswedstrijden. Als straks die tribune er staat komen er waarschijnlijk zoveel mensen dat men het niet af kan schenken. Als de vierde klasse binnengetreden wordt, loopt het waarschijnlijk over aan de tap. Als... want voor de vierde maal wordt O.Z.C. tweede en trainer Mol komt tot de conclusie dat er “iets tussen de oren moet zitten”. Een hele geruststelling dat er tenminste nog iets tussen de oren zat. Gelukkig dat de opvolger van sponsor Weelink al bekend was (café Horsman) zodat datgene wat tussen de oren gesignaleerd was al snel weggespoeld kon worden met een pot allesverzachtend gerstenat. Het nieuwe seizoen (‘88-’89) start met een actie (sponsorloop) om geld binnen te halen voor de nieuwe tribune. Er volgden nog de (moeizaam verlopen) uitgifte van obligaties en een verloting.

Ook komt er een herindelingsplan voor het sportpark. In het clubblad verschijnt een artikel over reanimatie. Waarschijnlijk met in het achterhoofd de gedachte dat wederom een tweede plaats voor enkele (bestuurs)leden weleens teveel van het goede zou kunnen zijn. Dat O.Z.C. graag hogerop wil blijkt wel uit het feit dat er geinvesteerd wordt in een computergestuurde tapinstallatie. Er wordt slagvaardig opgetreden; de eerstvolgende bestuursvergadering is er een demonstratie, de daaropvolgende vergadering wordt meegedeeld dat de installatie al in werking is gesteld. Helaas heeft de investering niet het gewenste effect; het eerste elftal wil de voorzitter nog steeds niet kwijt. Voor de vijfde keer tweede zou te gek voor woorden zijn; een derde plaats is hun deel. Het bestuur komt dan ook tot de voorzichtige conclusie dat de resultaten niet helemaal zijn wat men ervan verwachtte. Tevens kwam men tot de conclusie dat het spelletje zoals het gespeeld werd teveel schorsingen (en boetes) opleverde. Bestuur en vrijwilligers kregen een dikke voldoende, oftewel “......de voorwaarden scheppende aspecten zijn als positief te benaderen, de prestaties zijn dat over het algemeen niet...”. Een voorzichtige uitspraak die niet kan verhullen dat het bestuur zeer ontevreden was met de gang van zaken en de gedane investeringen in mensen en materiaal. Ook ontevreden was de redactie van het clubblad. Er kwam te weinig copij binnen en men stelde voor dat elk elftal bij toerbeurt -min of meer- verplicht copij aan zou leveren; het eerste clubblad van het seizoen is nog nooit zo goed gevuld geweest.... met kritiek.

Andere kritiek wordt echter geneutraliseerd. Er was vraag naar een nieuwjaarsreceptie. Dit omdat veel verenigingen in de omgeving iets dergelijks organiseerden. Ook het O.Z.C.-bestuur gaat overstag en de nieuwjaarsreceptie is een feit. Op 19 mei 1990 wordt de officiële overdracht van de tribune opgefleurd met de wedstrijd v.v. Ommen-O.Z.C. Vooraf worden de genodigden ontvangen in het clubhuis van Ommen en na de westrijd kan de kantine van O.Z.C. als gasthuis dienen. Er moeten weer vele kampioenen gehuldigd worden en het moet een beetje zuur zijn geweest dat v.v. Ommen de gebruikname van de nieuwe tribune enkele dagen later nog eens dunnetjes over kon doen met een kampioensreceptie terwijl O.Z.C. de lijn van teleurstellende seizoenen niet wenste te onderbreken. Men eindigde het seizoen als grijze middenmoter. T

och viel er ook bij O.Z.C. iets te vieren; Jan Merjenburgh was 25 jaar secretaris van O.Z.C. Hij werd getypeerd als iemand die “ .... zonder brand te stichten voor veel O.Z.C.-ers door het vuur is gegaan....Op zijn eigen wijze benaderde hij problemen en leden, soms wat stug kijkend -wat aanvallend- wat zwart-wit denkend, maar wel altijd met een achtergrond van ‘we moeten er samen uitkomen’.....zich verwerend tot het uiterste, maar loyaal als er andere besluiten werden genomen. Henk Steen haalde indertijd een kei binnen.” Aan het begin van het seizoen ‘90-’91 besluit het bestuur boekingen die gemaakt worden in het belang van het elftal voor haar rekening te nemen. Maar wie stelt de grens vast? Tegelijkertijd wordt een actie tegen spelverruwing aangekondigd. Over verwachtingen en kampioenschap wordt aan het begin van het seizoen niet gesproken. Tastbaarder zijn de problemen die de kleedkamers (met name de douches) veroorzaken. Achterstallig onderhoud moet worden aangepakt. Weer wordt er over een supportersvereniging nagedacht. Besloten wordt dat er meer aan P.R. gedaan moet worden en men wil graag een “Pupil van de Week” op laten draven.  Tevens wordt een activiteitencommissie in het leven geroepen. Er wordt gestart met de penalty-bokaal en de voetbaltruuk zal O.Z.C. bezoeken.

Of het nu aan al die activiteiten ligt of dat er wat anders tussen de oren is geslopen heb ik niet kunnen achterhalen, maar feit is wel dat O.Z.C. de eerste periodetitel binnenhaalt en vervolgens eindelijk, eindelijk, eindelijk (na tien jaar) promoveert naar de grote K.N.V.B. Het Joop Zoetemelk-syndroom wordt afgeschud en de na-competitie omarmd. O.Z.C. is het eerste team uit de Afdeling Zwolle dat via deze na-competitie mag promoveren. Nadat Jan Maat (die de trainingen had overgenomen van de zieke Voortman) het publiek hogerop had gebracht (de tribune op de “top of the bult”) had hij het eerste elftal nu weer op passend niveau weten te brengen.

En eindelijk mag ook Robberse met de V.U.T. (waarbij de V in dit geval voor vertraagd staat). Robberse was 15 jaar voorzitter geweest. Zelf zegt hij bij zijn afscheid :”...liever laag spelen met een goede, dan hoog spelen met een slechte geest in de vereniging.... Er is wel eens gezegd dat ik het eerste net zo belangrijk vindt als het tiende. Dat is flauwekul, maar je moet wel een goed evenwicht vinden tussen prestaties en recreatie. Al heb ik de term recreatie nooit zo goed begrepen. Wanneer iemand het veld instapt wil hij winnen. Dan maakt het elftal niets uit.... Ik vind dat je voetbal moet relativeren. Wanneer je degradeert is je leven niet verpest. Daarom zijn degradaties ook geen dieptepunten...O.Z.C. is voor de Ommenaren. Wanneer iemand van buiten Ommen zich aan zou melden moet hij met een heel goed motief aankomen...Als je ervoor kiest kun je best een 1e klasser bij elkaar kopen. Omdat we niet betalen denk ik dat we nooit verder komen dan de derde klasse....” Uiteraard valt zo’n wijs man het erelidmaatschap ten deel. Henk Boeve mag in het vervolg de honeurs waarnemen en namens de vereniging de wijze woorden verkondigen.

In de grote K.N.V.B. werd het seizoen, geheel in traditie afgesloten, met een tweede plaats en het periodekampioenschap en (uiteraard) geen promotie. Ook bij de andere seniorenteams geen promovendi en degradanten. Niet erg sensationeel dus. Een beetje saai misschien wel. Zou daarom het aantal seniorenteams teruggebracht moeten worden van 10 naar 8? Of zouden de leden zijn gevlucht voor de toenemende zelfwerkzaamheid in het kader van de privatisering? Wel had het eerste team de beste prestatie ooit geleverd en had trainer Jan Maat met deze tweede plaats het record van het legendarische team uit ‘75-’76 waarmee hij destijds als speler derde werd, verbeterd. Het seizoen ‘92-’93 was O.Z.C. op jacht naar een nieuw record, maar het bracht Jan en kornuiten niet de eer die men verdiende. Teveel werd gesproken over en te weinig met betrokkenen rondom het eerste elftal. Dat de nacompetitie net niet gehaald werd, lijkt achteraf een logisch gevolg.

Het klopt dat iedere vereniging een klein dorp is. In Nederland lopen 8.000.000 deskundigen die het overal beter weten. Dat vind je in een club terug. Sommige spelers krijgen daardoor altijd kritiek, andere spelers doen van alles fout en doen het nog goed. Dat heb ik in al die jaren meegemaakt en dat zal ook wel altijd zo blijven. (Henk Boeve)

Wat betreft de privatisering werd O.Z.C. voor de keuze gesteld; of de onderhoudswerkzaamheden laten uitvoeren en een hoge rekening voldoen of zelf de handen uit de mouwen steken. De buren besloten zelf de handen uit de mouwen te steken, dus deed O.Z.C. dat ook. De vele tuiniers van O.Z.C. konden hun hart ophalen. Seizoen ‘93-’94 startte in rustiger vaarwater met als doel de eerste periodetitel, die binnengehaald werd na een beslissingsduel met Z.Z.V.V. Ook de privatisering kwam in een beslissende fase. De besturen van Ommen en O.Z.C. stonden niet geheel afwijzend tegenover het aanbod van de gemeente. Wel ontstond er een discussie over de staat van de gebouwen en de (verborgen) gebreken en in hoeverre deze al dan niet voor rekening van de gemeente dienden te komen.

Uit tegen N.K.V.V. Wim Hulsink schoot vanaf de 16 de bal dwars door het zijnet. De keeper pakte de bal uit het doel en wilde hem weer uittrappen waarop de scheids zei: “Waar haal je die bal weg?” “Uit het doel” zei de keeper. “Mooi”, zei de scheids “dan is het een doelpunt.” We wonnen de wedstrijd met 1-0 (Marinus Steen).

Geen enkele discussie was er over het feit of O.Z.C. wel of niet moest promoveren. In de loop van het seizoen was het kwartje gevallen. Het team presteerde en zelfs het toch niet zo snel warm lopende Ommer publiek kwam massaal naar het voetbalveld. Zo veranderde menig uitwedstrijd qua sfeer in een thuiswedstrijd. Na een met 6-1 gewonnen wedstrijd tegen Bergentheim kon het feest losbarsten; O.Z.C. ging voor de eerste keer in haar bestaan  naar de derde klasse onder toeziend oog van half Ommen, waaronder dit keer ook de burgervader kon worden gesignaleerd. De selectie werd uitgenodigd door hoofdsponsor De Lindenberg voor een “culinaire avond”.”...het kampioenschap was bij de beste ploeg terechtgekomen..”(Lugtmeyer, trainer Z.Z.V.V.) “...O.Z.C. was duidelijk de betere ploeg...”(Van Elsdingen, trainer Mariënberg) en “...alles begint met het maken van goede afspraken en duidelijke doelstellingen, waarin iedereen gelooft... een belangrijke voorwaarde was het trainen met een compacte, niet te grote groep....”(Reumer, trainer O.Z.C.). “...er stond een “team” in het veld, dat een eenheid was en dat bracht juist de winst...” (Boeve, voorzitter O.Z.C.). Uiteraard volgde er een geweldige feestavond in de kantine en Ommen kon tijdens Koninginnedag meegenieten met de geel/zwarten, die na tien jaren weer een kampioenschap konden vieren en de stad zou het weten ook.

Aan het begin van het seizoen ‘94-’95 sprak Reumer de woorden “...ik weet dat het een sterke klasse is, maar we zijn een waardige ploeg, we zullen er niet misstaan...” Op de ledenvergadering van eind oktober moest Henk Boeve echter al constateren: “....dat het niveauverschil tussen de derde en vierde klasse erg groot is...” , in januari was de doelstelling van Reumer “...handhaven in de derde klasse...” geworden en in februari klonk het weinig overtuigende “... je moet er in blijven geloven...” uit zijn mond. Even kwam het zelfvertrouwen terug in april toen Reumer sprak “..eigenlijk zijn er nog zeven ploegen die kans maken te degraderen..”

Helaas greep O.Z.C. die kans met beide handen aan; het degradeerde uit de derde klasse na een verblijf van één jaar. Reumer hierover: “...we kwamen stootkracht tekort...we hebben pech gehad met al die geblesseerden...het was een leerzaam jaar.....” Er werd overeenstemming bereikt met de gemeente over de privatisering en de verdeling van de kleedkamers en tezelfdertijd werd meegedeeld dat de contributie verhoogd werd; zo creeer je nog eens een draagvlak onder je leden om een plan door te voeren. Vanaf 1 januari 1995 was de overname een feit. De leden zouden dit aan den lijve ervaren, omdat ze zelf de kleedkamers schoon moesten maken. De kleedkamers werden gerenoveerd en er werden energiebesparende maatregelen doorgevoerd. Hoewel het eerste niet goed draaide werd er toch nog een klein succesje geboekt in dit seizoen, en wel door verzorgster Diana Katoele. Ze won de tweede prijs in het maken van “Het lekkerste broodje van Nederland” (“Dedem-Dille”) en dat heeft ze geweten ook!

De herstructurering van het amateurvoetbal had tot gevolg dat afscheid genomen moest worden van een aantal bekende tegenstanders. Niet getreurd er kwamen nieuwe ploegen uit de oude afdeling Twente voor terug. Tot slot van het seizoen werd het kampioenschap van Ommen afgewerkt; het zal er gezellig geweest zijn, want behalve O.Z.C. waren dit jaar ook Ommen, Lemelerveld en Vilsteren gedegradeerd; gedeelde smart is kwart-smart zullen we maar zeggen. In de kantine werd tijdens het toernooi naar verluid slechts zure pruimen en slecht verteerbare bananen verkocht...De tegenstelling met vorig seizoen kon niet groter zijn, maar “...het stapje terug is een tijdelijke zaak...” voorspelde Reumer aan het begin van seizoen ‘95-’96.

Een schok ging door de vereniging toen Berend Jan Merjenburgh overleed. Ruim dertig jaar lang had hij zijn diensten in het belang van de vereniging gesteld. Ter zijner nagedachtenis wordt de “Berend Jan Merjenburgh Bokaal” elk jaar uitgereikt aan de Speler van het Jaar. O.Z.C. haalde de nacompetitie met een sterk verjongd team. Een al bijna traditionele tweede plaats werd behaald. Opvallend genoeg volgden alle dames (1 en 2 en meisjes 1 en 2 ) het voorbeeld van de grote jongens; ze werden dit seizoen allemaal tweede. Het aantal seniorenteams liet een dip noteren van zeven stuks.